niet

Een gebruikt nietje

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  niet    (hulp, bestand)
  • IPA: /nit/
Woordafbreking
  • niet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ontkennend bijwoord’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • afkomstig van:
Middelnederlands: niet, niewet
Oudnederlands: niewiht, niet
Germaans: *ne
Indo-Europees: *ne
  • Verwant in Germaans:
Engels: ne, nought, (Angelsaksisch: ne), Duits: nicht, (Oudhoogduits: niht, niowiht, ni), Fries: net (Oudfries: nāwet)

Bijwoord

niet

  1. ontkenning, tegenovergestelde van 'wel'
    • Het is niet zo. 
  1. zo niet: niet op deze wijze
    • Dat moet je zo niet doen want dan gaat het boek kapot. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • niet voor niets
  • Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd.
voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig
  • Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.
genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is
  • Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet
  • Baat / baadt het niet, dan schaadt het niet
  • Daar kan de schoorsteen niet van roken.
men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven
  • Dat wast al het water van de zee niet af.
iets is niet meer te veranderen/aan te passen
  • Dat zal hem niet glad zitten.
iets zal niet meevallen en moeilijk zijn
  • De appel valt niet ver van de stam/boom.
een kind lijkt op zijn ouder(s) / een persoon vertoont gelijkenis met de ander
  • De boog kan niet altijd gespannen staan.
aan een stuk doorwerken is niet gezond, er moet ook rust tussendoor zijn
  • De dorsende os zult gij niet muilbanden.
iemand die voor je werkt moet je goed behandelen
  • De liefde kan niet van één kant komen.
als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen
  • De splinter in andermans oog wel zien, maar niet de balk in het eigen
over kleine fouten van een ander vallen, terwijl de eigen grote fouten niet worden gezien
  • De zon niet in het water kunnen zien schijnen
jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen
  • Die niet waagt, die niet wint
wie nooit een risico neemt kan ook niet iets bereiken
  • Die niet werkt, zal niet eten.
wie bewust niet wil werken heeft geen recht op geld
  • Die staat ziet toe dat hij niet valle.
mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen
  • Die vlieger gaat niet op.
die gedachte gaat niet lukken
  • Doe wel en zie niet om.
doe datgene wat je doet goed, doe goede daden, maar verwacht niet geprezen te worden of een dankje wel daarvoor
  • Doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden.
ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet
  • Door de bomen het bos niet meer zien
door een overvloed aan informatie het overzicht verliezen
  • Een gegeven paard niet in de bek kijken
  • Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken.
als iemand van uiterlijk is veranderd, maar niet van karakter; ook wanneer een mens ouder wordt, heeft die nog steeds dezelfde karaktertrekken
  • Er met de pet niet bij kunnen
het niet willen/kunnen snappen
  • Geld maakt niet gelukkig.
er is meer in het leven dan rijkdom
  • Het bloed kruipt waar het niet gaan kan
  • Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
verborgen wensen en verlangens komen vroeg of laat bewust of onbewust bovendrijven, je kan ze niet onderdrukken ofwel: familieleden nemen het uiteindelijk steeds weer voor elkaar op
  • Het buskruit niet uitgevonden hebben
niet erg slim zijn maar dom
  • Het gaat me niet in de koude kleren zitten
  • Het geld groeit niet op de rug
geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden
  • Het is hier niet pluis
  • Het is niet alles goud wat er blinkt.
de dingen lijken mooier dan ze in werkelijkheid zijn; mooie verwachtingen kunnen weleens een addertje onder het gras verbergen
  • Het leven gaat niet altijd over rozen.
het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers
  • Het niet onder stoelen of banken steken
je niet stil houden, maar je mening openlijk uiten
  • Het op iemand niet begrepen hebben
iemand niet vertrouwen
  • Het sop is de kool niet waard
  • Het sop is de kool niet waard.
een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven
  • Het verschil tussen mijn en dijn niet kennen
stelen
  • Het zijn de slechtste vruchten niet waaraan de wespen knagen.
over de goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld
  • Het zijn niet alleen koks die lange messen dragen.
uiterlijk vertoon bewijst niets ofwel: het gereedschap hebben maakt iemand nog geen vakman
  • Het zijn niet allen koks die lange messen dragen
  • Het zout in de pap niet verdienen
heel erg weinig verdienen
  • Hij heeft de klok wel horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt
hij heeft iets gehoord, trekt conclusies, maar kent niet het totaalplaatje
  • Iemand niet kunnen luchten of zien
een hekel aan iemand hebben
  • Iemand niet kunnen zetten
niet echt naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat
  • Iets niet met droge ogen kunnen aanzien
letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets
  • Iets niet over zijn hart kunnen krijgen
ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn
  • Iets niet tegen/aan dovemansoren zeggen
iets wordt erg goed onthouden
  • In het huis van de gehangene spreekt men niet van de strop
  • In het veen ziet men niet op een turfje.
wie rijk is let niet op een euro meer of minder
  • Je kan niet de kool en de geit sparen.
je moet keuzes maken
  • Je moet de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.
men viert best de overwinning niet alvorens er gewonnen is
  • Je moet een gegeven paard niet in de mond kijken.
je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes
  • Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd.
grote projecten kosten tijd (en vergen geduld)
  • Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.
als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten
  • Maak je maar boos, dan heb je twee keer werk, één keer om boos te worden, en één om niet meer boos te zijn.
woede kost veel energie en lost niets op
  • Men moet de dag niet prijzen voor het avond is.
pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging
  • Men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is.
je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend
  • Men moet een gegeven paard niet in de bek zien/kijken.
met een cadeau moet je blij zijn en niet te kritisch naar kijken
  • Men moet een paard de rug niet stuk rijden.
men moet niet te veel eisen van een ander
  • Mooie liedjes duren niet lang.
geluk is van korte duur
  • niet bij brood alleen leven
men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven
  • niet bij de pakken neerzitten
  • niet door de beugel kunnen
iets is verkeerd om te doen
  • niet erg vast in de schoenen staan
zich gemakkelijk laten ompraten
  • niet geschoten, altijd mis.
als je het niet probeert, komt er ook niks van
  • niet goed snik zijn
gek zijn (iemand)
  • niet graag in iemand schoenen staan
niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt
  • niet in de haak zijn
er klopt iets niet
  • niet in een goed vel steken
altijd ziek zijn, nooit gezond
  • niet in tel zijn
niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen
  • niet kunnen rijmen
dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen
  • niet om de knikkers, maar om het spel.
het gaat niet om het winnen, maar om het spel
  • niet op mijn weg liggen
ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien
  • niet op zijn mondje gevallen zijn
precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt
  • niet over één nacht ijs gaan
voorzichtig te werk gaan
  • niet over rozen gaan
er zijn nogal wat moeilijkheden.
  • niet pluis zijn
Iets is er niet in orde
  • niet van gisteren zijn
veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben
  • niet verder springen dan je pols lang is
Niet verder gaan dan mogelijk is
  • niet verder zien dan je neus lang is
niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn
  • niet voor de poes zijn
Niet gemakkelijk zijn
  • niet voor één gat te vangen zijn
voor alles wel een oplossing weten of weten te vinden
  • niet voor rede / reden vatbaar
  • niet zuiver op de graat zijn
niet te vertrouwen zijn
  • Nog niet droog achter de oren zijn
nog niet volwassen zijn
  • Nog niet op eigen benen kunnen staan
nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden
  • Om niet
  • Over smaak valt niet te twisten.
iedereen heeft een eigen smaak, een eigen persoonlijke voorkeur, niets mis mee
  • Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen.
doelt op actie, wees niet lui of gemakzuchtig, ga door en wel nu. ofwel: door nu het werk al te doen geeft het later een rustiger gevoel
  • Strenge heren regeren niet lang.
wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk
  • Vieze varkens worden niet vet
  • Vieze varkens worden niet vet.
als iemand te kieskeurig is, krijgt die wellicht te weinig eten
  • Wat baten kaars en bril, als den uil niet zien en wil.
het heeft geen zin iemand te helpen die toch niet wil meewerken
  • Wat de boer niet kent dat eet hij niet.
onbekend maakt onbemind ofwel: als iets onbekend is eten sommige mensen dat niet
  • Wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert.
wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last
  • Wat niet weet, wat niet deert.
waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben
  • Weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet.
wees voorzichtig met woorden en je informatie
  • Wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon gaan lopen.
als je zelf iets gedaan hebt wat verkeerd is, moet je een ander niet van beschuldigen als die hetzelfde gedaan heeft
  • Wie het kleine niet leert, doet het grote verkeerd.
waardeer de kleine dingen in het leven, ze brengen je tot een groter doel
  • Wie niet horen wil, moet maar voelen.
wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden
  • Wie niet sterk is moet slim zijn.
wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen
  • Wie niet waagt, niet wint.
als je het nooit probeert, zal je ook geen succes hebben
  • Ze maken mij de pis niet lauw
  • Ze niet alle vijf hebben
vreemd gedragen of niet goed bij het verstand zijn
  • Zich de kaas niet van het brood laten eten
  • Zich het kaas niet van het brood laten eten
Voor het eigen belang opkomen
  • Zijn ei niet kwijt kunnen (raken)
niet kunnen zeggen wat iemand wil zeggen
  • Zijn licht niet onder de korenmaat zetten
meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet
  • Zo zijn we niet getrouwd.
op die manier iets niet afgesproken hebben
  • al dan niet
wel óf niet
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord niet nieten
verkleinwoord nietje nietjes

Zelfstandig naamwoord

niet niet m

  1. klein, vaak beugelvormig, metalen voorwerp dat uit een apparaat (nietmachine) komt met het doel verschillende materialen aan elkaar te bevestigen (vast te nieten). Bijna altijd aan gerefereerd als nietje.
    • Een nietje in de linkerbovenhoek hield de velletjes papier bijeen. 
  1. een loterijlot waarop geen prijs valt
    • Ik heb nooit geluk, als ik loten koop zijn het altijd nieten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
nieten

niet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van nieten
  2. gebiedende wijs van nieten

Gangbaarheid

  • Het woord niet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.