< Basiskennis chemie < Classificatie van stoffen
Basiskennis chemie
Chemisch Rekenen

Atomen rangschikken

Orde in de chaos

Julius Lothar Meyer
Atoomvolume als functie van de molaire massa van elementen
Medeleeff
Mendelev's voorspelling in 1869 van germanium (detail) en daarboven, onder de rode lijn, die van gallium, "?=70" (periodic table 1869)

Was het idee van atomen en elementen rond 1800 in de wetenschap geaccepteerd, hoeveel elementen er waren was toen nog lang niet duidelijk. In de eerste helft van de 19e eeuw was de jacht op elementen open. In een hoog tempo werden steeds weer nieuwe elementen gevonden. Sommige leken op elkaar, zoals chloor, broom en jood, of de groep lithium, natrium, kalium. Ook koper, zilver en goud werden als groep herkend. Een algemeen overzicht ontbrak nog omdat niet duidelijk was hoeveel elementen er nu precies waren: de in Kern en elektronen genoemde lading van de kern, en het feit dat elk element zijn eigen kernlading heeft, werden pas aan het eind van de 19e eeuw bekend.

Los van elkaar bouwden Dmitri Mendelejev en Julius Lothar Meyer aan een totaaloverzicht van de elementen. Meyer bepaalde voor alle bekende elementen het volume van 1 mol van de stof. Als hij de resultaten uitzette tegen de molaire massa van het element, kreeg hij de grafiek zoals die hiernaast staat weergegeven. Omdat 1 mol stof steeds evenveel atomen bevat, zijn de relatieve verschillen en verhoudingen voor 1 mol of 1 atoom precies gelijk.

Mendelejev keek niet naar slechts één eigenschap maar naar zoveel mogelijk eigenschappen van de elementen die hij kende. Ook hij zette de elementen op volgorde van massa. Hij ging echter een stap verder.

Na zink ontbraken er, wat eigenschappen betreft twee elementen. Volgens Mendelejev waren die twee gewoon nog niet ontdekt!. Op grond van de eigenschappen van silicium en tin durfde hij de eigenschappen van het ontbrekende element, door hem eka-silicium genoemd en nu bekend als germanium, te voorspellen. Toen het element een aantal jaren later gevonden werd, bleken de eigenschappen, verbindingen en vindplaats opmerkelijk goed overeen te stemmen met de voorspellingen van Mendelejev.

Vergelijking tussen Mendelev's voorspelling in 1871 en de eigenschappen van gallium en germaninium
EigenschapGallium[1]Germanium[2]
VoorspellingGemetenVoorspellingGemeten
Atoomgewicht~6869.72372.6472.59
Dichtheid (g/cm3)5.95.9045.55.35
Smeltpunt (°C)laag29.767hoog947
Kleurgrijsgrijs
oxide typeVuurvast dioxidevurvast dioxide
Formule van het oxide
Dichtheid van het oxide (g/cm3)5.55.884.74.7
Type van het hydroxideamfoteeramfoteer
Type oxidezwak basischzwak basisch
Formule van het chloride
Kookpunt van het chloride (°C)< 10086 ()
Dichtheid van het chloride (g/cm3)1.91.9

Omdat Mendelejev nog niets wist over de kernlading of de elektronen had hij ook geen last van het feit dar de edelgassen nog niet bekend waren in zijn tijd. Ook op sommige plaatsen waar de molaire massa van een volgend element net iets lager uitvalt, was voor hem geen probleem omdat een van de twee elementen nog niet gevonden was.

Omdat kenmerkende eigenschappen zich periodiek in de lijst herhalen, wordt de tabel die door Mendelejev ontworpen werd aangeduid met de naam: Periodiek Systeem der Elementen, of kortweg periodiek systeem. Vandaag de dag kunnen we deze periodiciteit verklaren uit de opbouw van de elektronenwolk. Omdat de meer naar buiten gelegen schillen meer elektronen kunnen bevatten (zie de paragraaf over elektronenschillen

Het periodiek systeem

Het blijkt dat als de verschillende atoomsoorten worden gerangschikt in een tabel op volgorde van hun atoomnummer van linksboven naar rechtsonder met rijen van bepaalde lengte dan vormen de atoomsoorten in de kolommen families met gelijkaardige eigenschappen. De tabel heet het periodiek systeem der elementen (PSE).

Het totaal van de elementen bedraagt: 2 + 8 + 8 + 18 + 18 + 32 + 32 = 118.

Huidige systeem

Het periodiek systeem der elementen
1
Ia
18
0
1 1
H
2
IIa
13
IIIa
14
IVa
15
Va
16
VIa
17
VIIa
2
He
2 3
Li
4
Be
5
B
6
C
7
N
8
O
9
F
10
Ne
3 11
Na
12
Mg
3
IIIb
4
IVb
5
Vb
6
VIb
7
VIIb
8
VIIIb
9
VIIIb
10
VIIIb
11
Ib
12
IIb
13
Al
14
Si
15
P
16
S
17
Cl
18
Ar
4 19
K
20
Ca
21
Sc
22
Ti
23
V
24
Cr
25
Mn
26
Fe
27
Co
28
Ni
29
Cu
30
Zn
31
Ga
32
Ge
33
As
34
Se
35
Br
36
Kr
5 37
Rb
38
Sr
39
Y
40
Zr
41
Nb
42
Mo
(43)
Tc
44
Ru
45
Rh
46
Pd
47
Ag
48
Cd
49
In
50
Sn
51
Sb
52
Te
53
I
54
Xe
6 55
Cs
56
Ba
*
72
Hf
73
Ta
74
W
75
Re
76
Os
77
Ir
78
Pt
79
Au
80
Hg
81
Tl
82
Pb
83
Bi
84
Po
85
At
86
Rn
7 87
Fr
88
Ra
**
(104)
Rf
(105)
Db
(106)
Sg
(107)
Bh
(108)
Hs
(109)
Mt
(110)
Ds
(111)
Rg
(112)
Cn
(113)
Nh
(114)
Fl
(115)
Mc
(116)
Lv
(117)
Ts
(118)
Og
*Lanthaniden 57
La
58
Ce
59
Pr
60
Nd
(61)
Pm
62
Sm
63
Eu
64
Gd
65
Tb
66
Dy
67
Ho
68
Er
69
Tm
70
Yb
71
Lu
**Actiniden 89
Ac
90
Th
91
Pa
92
U
(93)
Np
(94)
Pu
(95)
Am
(96)
Cm
(97)
Bk
(98)
Cf
(99)
Es
(100)
Fm
(101)
Md
(102)
No
(103)
Lr

De kolommen van het PSE heten groepen, genummerd van 1 tot en met 18, en de rijen, heten periodes, genummerd van 1 tot en met 7. De groepen 1,2,13,..,18 heten hoofdgroepen en de groepen 3,..,12 overgangsmetalen.

Periode 1 heeft twee groepen, H waterstof en He Helium. Periode 2 en 3 hebben elk 8 groepen. In periode 4 tot en met 7 worden 10 groepen toegevoegd. In periode 6 en 7 bestaat groep 3 uit 15 elementen. respectievelijk de lanthaniden en actiniden genaamd.

Speciale namen

Groepen worden, met name die met de overgangsmetalen, benoemd door het bovenste element van de groep. Daarnaast worden ook onderstaande benamingen vaak gebruikt:

  • Alkalimetalen
    De elementen in groep 1, behalve waterstof. Als metaal reageren deze elementen allemaal heftig tot zeer heftig met water onder vorming van een loog.
  • Aardalkalimetalen
    Deze elementen staan in groep 2. Ze reageren ook met water, maar minder heftig dan hun buren in groep 1 in dezelfde periode.
  • Halogenen
    De naam van deze groep betekent "zoutvormers". De bekendste vertegenwoordiger is chloor, dat als chloride deel uitmaakt van keukenzout.
  • Edelgassen
    De laatst ontdekte groep in het periodiek systeem. De atomen van deze elementen hebben allemaal een volle of voorlopig volle valentieschil. Hierdoor reageren ze allemaal niet of met grote moeite met andere elementen.

Het Periodiek systeem in 1869

In onderstaande tabel zijn de molaire massa's vermeld met de nauwkeurigheid zoals die in 1869 bekend was, op één decimaal. Hoewel de rode draad wel de oplopende molaire massa is, geven de rode vakjes aan waar Medelejev de moed had te volgorde om te draaien om de eigenschappen van de elementen op de juiste wijze te rangschikken.

Van de groen aangegeven elementen zijn door Mendelejev goede voorspellingen van de eigenschappen gedaan.

De elementen die 1869 bekend waren in het periodiek systeem.
1
Ia
18
0
1 H
1.0
2
IIa
13
IIIa
14
IVa
15
Va
16
VIa
17
VIIa
2 Li
6.9
Be
9.0
B
10.8
C
12.0
N
14.0
O
16.0
3 Na
23.0
Mg
24.3
3
IIIb
4
IVb
5
Vb
6
VIb
7
VIIb
8
VIIIb
9
VIIIb
10
VIIIb
11
Ib
12
IIb
Al
27.0
Si
28.1
P
31.0
S
32.1
Cl
35.5
4 K
39.1
Ca
40.1
Ti
45.0
V
50.9
Cr
52.0
Mn
54.9
Fe
55.9
Co
58.9
Ni
58.7
Cu
63.6
Zn
65.4
As
74.9
Se
79.0
Br
79.9
5 Rb
85.5
Sr
87.6
Y
88.9
Zr
91.2
Nb
92.9
Mo
95.9
Ru
101.1
Rh
102.9
Pd
106.4
Ag
107.9
Cd
112.4
In
114.8
Sn
118.7
Sb
121.8
Te
127.6
I
126.9
6 Cs
132.9
Ba
137.3
*
Ta
180.9
W
183.9
Os
190.2
Ir
192.2
Pt
195.1
Au
197.0
Hg
200.6
Tl
204.4
Pb
207.2
Bi
209.0
7 **
*Lanthaniden La
138.9
Ce
140.1
Sm
150.4
Tb
159.9
Er
167.3
**Actiniden Th
232.0
U
238.0
  1. Greenwood and Earnshaw, p. 217.
  2. Sjabloon:Cite journal
This article is issued from Wikibooks. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.