program

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  program    (hulp, bestand)
  • IPA: /proˈɣrɑm/
Woordafbreking
  • pro·gram
Woordherkomst en -opbouw
  • van Duits  Programm zn , in de betekenis "tekst waarin onderdelen van een activiteit in de toekomst worden opgesomd" aangetroffen vanaf 1796 (zie vindplaats hieronder) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord program programs
verkleinwoord programmetje programmetjes

Zelfstandig naamwoord

program o

  1. overzicht van voorgenomen activiteiten in de toekomst (ook: document met zo'n overzicht)
    • Prof. Romme blijkt in Nederland de grootste voorstander van een zo hecht mogelijke binding van het kabinet aan een gedetailleerd program. [2]
    • De Boekverkooper N. Cornel, te Rotterdam, vornemens zynde, het reeds in de maand Juny dezes Jaars by Program, alom aangekondigd Nuttig Weekblad over de Opvoeding, getyteld: Gemaklyk en Vermaaklyk Huis-School, op onze Landaart toepaslyk gemaakt door J.G. Volkhardt, tegen het einde van de aanstaande Maand op de Pers te leggen; verzoekt aan alle die Eigenaars van dit Weekblad gelieven te worden zulks binnen veertien dagen op te geven, om er de oplaag na aan te leggen, alzoo buiten de Inteekening weinig of geene zullen worden gedrukt. [3]
  1. geheel van uitgangspunten en doelstellingen die men wil bereiken (ook: document met een beschrijving daarvan)
    • Hij zegt het niet expliciet, maar herlezing van zijn artikelen maakt zonneklaar dat De Vriend het hartgrondig eens is met Daalders literaire program, dat hij in zijn artikel samenvat in drie punten:
      a. er bestaat geen principieel onderscheid tussen kinderliteratuur en die voor volwassenen;
      b. de eis moet te allen tijde zijn dat de schrijver kunstenaar is;
      c. als een kunstwerk voor kinderen toegankelijk is, is het kinderliteratuur.
       [4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
  • [1] programakkoord, programcollege
  • [1] feestprogram, regeringsprogram, verkiezingsprogram, wedstrijdprogram
  • [2] beginselprogram, strijdprogram
Spreekwoorden
  • [1] van het concert des levens heeft niemand een program
    je toekomst is altijd onzeker

Gangbaarheid

  • Het woord program staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
82 %van de Nederlanders;
39 %van de Vlamingen.

Verwijzingen

Engels

Uitspraak
  • Geluid:  program    (hulp, bestand)
  • IPA: /ˈprəʊɡræm/
enkelvoud meervoud
program programs

Zelfstandig naamwoord

program

  1. (informatica) programma

Pools

Uitspraak
  • IPA: /ˈprɔgram/
Woordafbreking
  • pro·gram

Zelfstandig naamwoord

program m

  1. (informatica) programma
Verbuiging
Synoniemen
  • [1] program komputerowy


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /prɔgram/
  • Geluid:  program    (hulp, bestand)
Woordafbreking
  • pro·gram
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

program monbezield

  1. programma, plan; een vooraf ongesteld plan van acties of bezigheden.
  2. (informatica) programma, computerprogramma, applicatie
Verbuiging
Synoniemen
  1. harmonogram, koncept
  2. aplikace, software
Afgeleide begrippen
  • programatický
  • prográmek monbezield
  • programní
  • programovat imperfectief / perfectief
  • programový
Verwante begrippen
  • bezprogramový
  • naprogramovat
  • neprogramový
  • programaticky (bw.)
  • programatičnost v
  • programně (bw.)
  • programnost v
  • programovací
  • programování o
  • programovatelný
  • programově (bw.)
  • programovost v
  • programátor m
  • zaprogramovat

Verwijzingen

    This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.