Kasteel Duivenvoorde

Duivenvoorde is een rijksbeschermde buitenplaats met een statig kasteel in de vorm van een omgracht edelmanshuis en telt totaal 23 complexonderdelen.[1] Het ligt in de Duivenvoordecorridor onder de Zuid-Hollandse plaats Voorschoten. Het is een van de oudere kastelen van Zuid-Holland en wordt al in 1226 genoemd.

Duivenvoorde
Kasteel Duivenvoorde
LocatieVoorschoten,  Nederland
Algemeen
KasteeltypeBuitenplaats
BouwmateriaalBaksteen
EigenaarStichting Duivenvoorde
Huidige functieMuseum en particulier bezit
Gebouwd in± 1226
Gebouwd doorFilips van Wassenaer
Monumentale statusRijksmonument
Monumentnummer46975
WebsiteKasteel Duivenvoorde
Kasteel Duivenvoorde
Portaal    Geschiedenis

Het interieur

In de noordelijke vleugel bevindt zich de zgn. Marotzaal, waar levensgrote familieportretten hangen uit de 16e en 17e eeuw. Boven de haard hangt Arent VII van Duvenvoirde (1528–1599). Er hangt ook een schilderij van Arent IX (1669–1721) met zijn vrouw en hun zoon Brilanus.
Op de zolder van het huis is nog te zien hoe de was werd gedaan en gedroogd.

Bezitters van het Huis Duivenvoorde

Het merkwaardige van dit kasteel is dat het nooit verkocht is. Op die momenten dat het op andere geslachten overging, was dat altijd door vererving, soms via de vrouwelijke lijn. Dat is slechts bij weinig kastelen in Nederland gebeurd.
In de eerste vijf eeuwen werd het kasteel bewoond door één en dezelfde familie, namelijk de Van Duivenvoordes, die haar naam – van Duvenvoirde destijds – aan het kasteel had ontleend. Zij noemden zich dus naar het kasteel, maar de van Duvenvoirdes vormden eigenlijk een tak van het geslacht Van Wassenaer, een eeuwenoud geslacht dat een belangrijke rol in Nederland heeft gespeeld.

Tegen het eind van de zeventiende eeuw ging een eigenaar van Duivenvoorde, Johan, zich weer Van Wassenaar noemen, waarmee wel hetzelfde geslacht op Duivenvoorde bleef maar een andere familienaam zijn intrede deed.

Het park

Het Kasteel Duivenvoorde heeft in zijn bijna acht eeuwen historie verschillende tuinfasen gekend. Na een begin als nutstuin (boomgaard en moestuin) werd de tuin in de vroege 18e eeuw door Arent IX van Wassenaer (1669–1721) omgevormd tot een formele, classicistische tuin, geheel volgens de gangbare mode onder vorsten en adellijke personen in die tijd. De Zeeuwse jonkheer Nicolaas Johan Steengracht (1806–1866) nam in de jaren veertig van de 19e eeuw de bekende landschapsarchitect J.D. Zocher jr. (1791–1870) in de arm om de classicistische tuin om te vormen tot een Engels landschapspark.

Na ruim 150 jaar had het park veel van zijn natuurlijke vitaliteit verloren en waren de vormen geleidelijk vervaagd. Stichting Duivenvoorde heeft samen met landschapsarchitect Michael van Gessel het Parkherstelplan Duivenvoorde ontwikkeld om de vitaliteit van het park te herstellen en nieuwe ruimtelijkheid te scheppen. Daarbij is zorgvuldig rekening gehouden met de historie van het park en de aanwezige flora en fauna. Dit parkherstelplan is in 2014-2015 uitgevoerd.

De zichtlijnen op het omringende landschap zijn teruggebracht. Verdwenen elementen, zoals een vijver zijn terug en bosschages die het oorspronkelijke ontwerp vertroebelden, zijn verwijderd. De paden en bruggen zijn vernieuwd, tuinmuren hersteld, en er zijn nieuwe zit- en wandelmogelijkheden gemaakt. In 2017 is er een theepaviljoen/landgoedwinkel gerealiseerd.

Romeinse gevelstenen

In 1717 zijn twee Romeinse stenen als gevelsteen als spolia in de achtermuur van het voorhuis ingemetseld.

De grote steen heeft een inscriptie aan de voorzijde (CIL XIII 8824) over het herstel van een wapenmagazijn door Romeinse troepen, die gedateerd is uit de periode 196 en 198 n.Chr. (keizer Septimius Severus). De tekst op de andere kant (CIL XIII 8823) is ouder en ergens uit de periode 103-111 n.Chr. (keizer Trajanus). Bij het maken van de nieuwe tekst is de steen kleiner gemaakt waardoor de oudere tekst is verminkt.

De kleine steen (CIL XIII 8825) dateert ook uit de periode van Septimius Severus maar in opdracht van Caracalla is rond 215 de naam van keizer Geta weggebeiteld.

Het verhaal gaat dat beide stenen afkomstig zijn van de Brittenburg, de vermoedelijk Romeinse ruïne die in 1520 voor de kust van Katwijk boven water kwam. Voor de grote steen kan dit verhaal niet waar zijn, want in de in 1517 verschenen 'Divisiekroniek' wordt onomstotelijk naar de tekst van de grote steen verwezen, met daarbij de vermelding dat deze gevonden is in 1502 bij het omploegen van een stuk land bij het klooster Roomburg. Daar lag vroeger de Romeinse nederzetting Matilo, ook de kleine steen wordt tegenwoordig beschouwd als oorspronkelijk afkomstig uit Matilo.[2]

Lijst van bezitters

Gevelsteen geplaatst in t'jaar 1717 door Arnold van Duivenvoorde.

De volgende personen zijn eigenaar van Kasteel Duivenvoorde geweest:

  1. Filips van Wassenaer, genaamd van Duvenvoirde (vermeld vanaf 1215 – †vóór 1258),
    had volgens een akte in 1226 het huis in leen van zijn oudere broer Dirk van Wassenaar (1205-1243). In die tijd was Duivenvoorde een vrijwel vierkante donjon, getuige de oudste muurresten in het huis. Al vrij snel was er sprake van een schildmuur die de donjon omringde, zoals blijkt uit de fundering van de noordmuur en een deel van de westmuur van Duivenvoorde.
  2. Arent I van Duivenvoorde (vermeld in 1248–1268),
    zoon van Filips/Phillip, de eerste die de naam Duvenvoirde voerde, tot ridder geslagen; vermeld als heer van Duivenvoorde in 1258.
  3. Floris van Duivenvoorde (vermeld in 1282 – Veere, 1301),
    had nog twee jongere broers, was tweemaal getrouwd.
  4. Arent II van Duivenvoorde (vermeld in 1301–1331),
    zoon van Floris, trouwde jonkvrouwe Jolente van Noortwijk, begraven in de kerk van Voorschoten; vermeld als heer van Duivenvoorde in 1302.
  5. Arent III van Duivenvoorde (vermeld in 1343–1382),
    zoon van Arent II, had een belangrijke rol aan het hof van de graaf van Holland, werd in of voor 1343 tot ridder geslagen. Arent II behoorde tot de Hoeksen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten en moest, na de overwinning van de Kabeljauwen, in ballingschap. Door een huwelijk met de zeer vermogende Simone Sophie Bugge uit Delft kon hij de boetes betalen voor Duivenvoorde en het huis van de Van Noortwijks (zijn moeders familie) en weer uit ballingschap naar Holland terugkeren. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1343.
  6. Arent IV van Duivenvoorde (vermeld in 1383–1425),
    zoon van Arent III, raakte ook betrokken bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Als straf voor de Hoeksen na de moord op Alijd van Poelgeest, een vriendin van hertog Albrecht, werd Duivenvoorde verwoest, ook al was Arent IV niet direct betrokken bij die moord. Ook Arent IV ontving de ridderslag en trouwde een vermogende vrouw, Elburg van Kralingen. Via haar kwam het kasteel Starrenburg in de familie.
    Arent IV herbouwde Duivenvoorde toen de rust was weergekeerd. Verscheidene muren in het huidige Duivenvoorde zijn nog gebouwd met baksteen van het formaat uit die tijd. Het huis kreeg in die tijd zijvleugels om te voorzien in de groeiende behoefte aan woonruimte. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1383.
  7. Jan I van Duivenvoorde (vermeld in 1414–1478),
    zoon van Arent IV, trouwde Maria van Vianen. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1425.
  8. Arent V van Duivenvoorde (vermeld in 1435–1483),
    zoon van Jan, nam het kasteel over in 1463, trouwde in 1465 met de rijke Margeretha van IJsselstein.
  9. Jan II van Duivenvoorde (vermeld in 1468–1544),
    zoon van Arent V, trouwde in 1492 met Elisabeth van Renesse. Jan II was hoogheemraad van Rijnland (met een onderbreking van tien jaar na een verschil van inzicht met keizer Karel V). Ook Jan II ontving de ridderslag.
    Het is vermoedelijk in zijn tijd dat de noordvleugel opnieuw werd ingedeeld, waarbij de vloerniveaus van de donjon niet werden aangehouden en de balklagen verder van elkaar kwamen te liggen. Dit had ingrijpende gevolgen voor de deuren en ramen. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1483.
  10. Arent VI van Duivenvoorde (vermeld in 1545 - 2 september 1557),
    oudste zoon van Jan II, trouwde met Johanna van Lockhorst, dit huwelijk bleef kinderloos. Arent VI volgde zijn vader ook op als hoogheemraad, werd gewaardeerd door keizer Karel V en werd tot ridder geslagen. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1545.
  11. Adriaan van Duivenvoorde (vermeld in 1558 – april 1573),
    derde zoon van Jan II. Hij volgde Arent VI op als heer van Duivenvoorde in 1558 omdat de tweede zoon van Jan II (ook Jan genaamd) al was overleden. Adriaan was priester en klom op tot deken van de Grote Kerk te Dordrecht. Toen Dordrecht in de Tachtigjarige Oorlog de kant van de Prins van Oranje koos, ging Adriaan in zijn huis op het Rapenburg in Leiden wonen.
  12. Arent VII van Duivenvoorde (Utrecht, 1528–1599),
    zoon van de overleden broer van Adriaan en Arent VI, Jan, en diens echtgenote, Hadewij van Renesse. Arents VII broer Johan, evenals Adriaan een geestelijke, had het levenslang vruchtgebruik van het huis Duivenvoorde geërfd. Arent VII was een der edelen die in 1566 Margaretha van Parma een smeekschrift aanbood. De hertog van Alva daagde hem hiervoor voor de Raad van Beroerten en Arent werd in 1568 bij verstek veroordeeld tot verbanning. Bovendien werden zijn bezittingen verbeurd verklaard. Arent sloot zich aan bij de geuzen en bij de inname van Den Briel in 1572 was hij kapitein. Adriaan had naar aanleiding van de verbeurdverklaring, Duivenvoorde bij testament aan een neef nagelaten, en vlak voordat hij zijn testament aan kon passen overleed hij. Dit werd een slepend proces dat pas vlak voor zijn overlijden in 1599 door Arent werd gewonnen.
    Na de strijd met de Spanjaarden werd Arent kolonel in het leger van de Staten van Holland en zat namens het ridderschap in de Staten van Holland. Hij trouwde Theodora van Scherpenzeel.[3] Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1571.
  13. Johan III van Duvenvoorde zich later noemende Johan van Wassenaer (1576–27 april 1645),
    zoon van Arent VII, trouwde in 1601 met Maria van Voerst (overleden 1610) en in 1612 met Clara van Honojosa. Johan had tal van hoge functies, waaronder lid van de Staten van Holland, hoogheemraad van Rijnland, curator van de Leidse universiteit en stadhouder en registermeester van de Lenen van Holland. In 1614 koopt hij de hoge heerlijkheid Voorschoten. Hij behoorde in 1627 tot de twintig rijkste Hagenaars en, in overeenstemming met zijn stand, liet hij in Den Haag een huis aan de Kneuterdijk hoek Lange Voorhout bouwen. Duivenvoorde is vanaf deze tijd slechts zomerresidentie en uit klachten van huurders blijkt dat er nogal wat aan mankeerde. Johan laat in 1631 Duivenvoorde moderniseren, gezien de overeenkomst in stijl door dezelfde architect als voor de Haagse woning. Met beperkte middelen werd Duivenvoorde een deftig, en naar de mode van die tijd, meer symmetrisch kasteel. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1600.
  14. Arent VIII van Wassenaar (1610–1681) VIII,
    zoon van Johan, was de eerste die zich baron noemde. Tot het overlijden van zijn vader had Arent VIII een militaire carrière, daarna volgden de politieke ambten als lid van de Staten van Holland en hoogheemraad van Rijnland. Arent VIII trouwde in 1646 met Anna Margaretha van Scherpenzeel.
    Uit een voor Arent VIII in 1680 uitgevoerde opmeting blijkt dat Duivenvoorde is omgeven door een eenvoudige tuin met rechthoekige boomgaarden, een moestuin en een siertuin. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1646.
  15. Jacob van Wassenaar (1649–1707),
    zoon van Arent VIII, trouwde in 1668 met de welgestelde Jacoba van Liere. Ook Jacob werd benoemd in de ridderschap en werd hoogheemraad, later ook baljuw en dijkgraaf, van Rijnland. In 1685 ging Jacob als gezant naar het Engelse hof. Jacob en Jacoba hadden veertien kinderen.
    Jacob heeft de tuinen laten veranderen en uitbreiden met vijvers, parterres, lanen, een volière en een eendenkooi. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1678.
  16. Arent IX van Wassenaer (1669-1721)
  17. Jacob Willem van Wassenaer (1721-1722)
  18. Anne Sophia van Wassenaar (1706–1730),
    oudste dochter van Arent IX, trouwde in 1729 met haar neef Frederik Hendrik van Wassenaer. Het doel van dit huwelijk was huis Duivenvoorde in de familie te houden. Na de geboorte van haar eerste kind overleed Anna Sophia in het kraambed. Vermeld als vrouwe van Duivenvoorde in 1725.
  19. Hermeline Caroline van Wassenaer (1730)
  20. Jacoba Maria van Wassenaar (1709–1771),
    tweede dochter van Arent IX, trouwde in 1732 met Frederik Willem Baron Torck, broer van Lubbert Adolph Torck. Frederik Willem had tal van functies in Gelderland. Pas toen hij in de Staten-Generaal zitting kreeg, werd Duivenvoorde (en het huis in Den Haag) langere perioden door hen bewoond. Vermeld als vrouwe van Duivenvoorde in 1731.
  21. Assueer Jan Torck (1733–1793), trouwde in 1758 met Eusebia Jacoba de Rode van Heeckeren,
    zoon van Jacoba Maria. Zijn moeder erfde kasteel Rosendael en schonk dat aan hem. Kasteel Rosendael en het huis in Den Haag werden door hem bewoond; Duivenvoorde werd verhuurd en raakte in verval. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1771.
  22. Frederik Sigismund Alexander Torck (1763–1817),
    jongste zoon van Assueer Jan, was eigenaar van Duivenvoorde maar heeft in het toen leegstaande huis niet gewoond. Hij bleef kinderloos en volgens het testament van zijn vader ging in dit geval het eigendom van Duivenvoorde over op zijn zus, Henriette Christina Alexandrina barones Torck. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1793.
  23. Henriette Jeanne Alexandrina van Neukirchen genaamd Nijvenheim (1807–1849),
    kleindochter van Henriette Christina Alexandrina barones Torck, trouwde in 1830 met de vermogende jonkheer Nicolaas Johan Steengracht, lid van de familie Steengracht.
    Voor Duivenvoorde was deze (en de volgende generatie) de redding van de sloper. De aan de buitenkant meest opvallende verandering is de vervanging van de 18e-eeuwse ramen door ramen in Empirestijl. De oude brug recht voor de ingang werd vervangen door een terras dwars voor het huis met een brug aan beide zijden. Door klimplanten op het terras en de binnenplaats raakten de gevels begroeid en ging het huis voldoen aan de mode van de Romantiek. Ook de wijzigingen in de tuin en de aanleg van de grote vijver waren in romantische landschapsstijl. Vermeld als vrouwe van Duivenvoorde in 1817.
  24. Nicolaas Johan Steengracht (1806-1866)
  25. Hendricus Adolpus Steengracht (1836–1912),
    zoon van Henriette Jeanne Alexandrina, bleef ongehuwd. Hij had een oudere zus, Cornelie Marie Steengracht (1831–1906).
    Een van de grotere veranderingen in Duivenvoorde door Hendricus Adolpus Steengracht was het wit met goud schilderen van de grote Marotzaal in 1887. Verder is het stucwerk weer vervangen door verf; wandkleden en gordijnen stammen uit deze tijd. Wapens en een harnas in de gangen passen ook in de Romantiek, evenals de inrichting van een 'Turkse kamer' met materiaal verzameld tijdens verblijf bij familie die in Constantinopel woonde. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1849.
  26. Willem Anne Assueer Jacob Schimmelpenninck van der Oye (1889–1957),
    kleinzoon van Cornelia Maria Steengracht. Na 1918 gingen hij en zijn zus, Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye het hele jaar door op Duivenvoorde wonen. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog liep Duivenvoorde forse schade op door een V-2 die vlak bij het huis tot ontploffing werd gebracht. Vermeld als heer van Duivenvoorde in 1912.
  27. Ludolphine Henriette Schimmelpenninck van der Oye (1891–1965),
    zus van Willem Anne Assueer Jacob. Zij voorzag dat als het huis na haar overlijden verkocht zou worden, de inboedel verspreid zou raken, inclusief de collecties portretten, porselein en kleding/textiel. Zij besloot het huis te laten restaureren en onder te brengen in een stichting.
    Bij de restauratie is getracht de situatie uit 1717 te herstellen. Dit was niet altijd mogelijk. Het terras uit 1844 is gehandhaafd en het openen van enkele voorheen blinde vensters (om meer daglicht in de woonvertrekken te krijgen) neemt iets van de symmetrie weg. Het interieur is geschilderd in de teruggevonden kleuren van 1717, en later stucwerk is van de plafonds gehaald. Vermeld als vrouwe van Duivenvoorde in 1957.
  28. Stichting Duivenvoorde,
    opgericht in 1960 en vanaf dan eigenaresse van het kasteel, heeft als doel Duivenvoorde als museum in te richten en de inboedel ten toon te stellen. De zuidvleugel van Duivenvoorde blijft bewoond. Ook het centrale deel van het huis en de noordvleugel zijn niet ingericht als museum, maar als ware het een bewoond huis. Dit geeft de bezoeker het gevoel terug te gaan in de tijd en rond te lopen in een huis waar de bewoners even weg zijn.

Sinds 2003 woont Ludolphine Emilie van Haersma Buma-Schimmelpenninck van der Oye met haar man Roland Daniël van Haersma Buma (1944) in de zuidvleugel van Duivenvoorde.[4][5]

Literatuur

  • Duivenvoorde. Bewoners, landgoed, kasteel, interieur en collectie. Zwolle/Voorchoten, 2010.
  • Passie voor schilderijen. De verzameling Steengracht van Duivenvoorde. Voorschoten/Leiden, 2012.
  • Adellijke familieportretten op Duivenvoorde. Voorschoten [enz.], 2015.
Zie de categorie Kasteel Duivenvoorde van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.

This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.