veehouder

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vee·hou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veehouder veehouders
verkleinwoord veehoudertje veehoudertjes

Zelfstandig naamwoord

veehouder m [3]

  1. (beroep) (veeteelt) boer die leeft van veeteelt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
  • veehoudersbedrijf
Vertalingen

Gangbaarheid

  • Het woord veehouder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.