Slag bij Lützen (1632)

De Slag bij Lützen was een van de belangrijkste veldslagen van de Dertigjarige Oorlog.

Slag bij Lützen
Onderdeel van de Dertigjarige Oorlog
De dood van Gustaaf Adolf in de Slag bij Lützen door Carl Wahlbom, schilderij uit 1855.
Datum16 november 1632
LocatieNabij Lützen, ten zuidwesten van Leipzig
ResultaatFormele Zweedse overwinning
Strijdende partijen
Zweden Keizerlijken
Leiders en commandanten
Gustaaf Adolf
Willem van Weimar
Bernhard van Weimar
Knyphausen
Wallenstein
Colloredo
Pappenheim
Holk
Isolano
Troepensterkte
13.000 infanterie
6.000 cavalerie
20 kanonnen
8.550 infanterie
3.800 cavalerie
20 kanonnen
Versterkingen:
3.000 Infanterie
2.300 cavalerie
Verliezen
6.000 doden en gewonden Ten minste 4.160 doden gewonden
Gevechten in de Dertigjarige Oorlog
Boheemse Opstand (1618 - 1620)
Pilsen · Záblati · Witte Berg
Paltsische fase (1620 - 1624)
Mingolsheim · Wimpfen · Höchst · Fleurus · Stadtlohn
Deense fase (1625 - 1629)
Dessau · Lutter · Stralsund · Wolgast
Zweedse fase (1630 - 1635)
Frankfurt · Maagdenburg · Werben
1ste Breitenfeld · Bamberg · Rain · Wiesloch · Alte Veste · Lützen · Oldendorf · Nördlingen
Zweeds-Franse fase (1635 - 1648)
Wittstock · Rheinfelden · La Marfée · Honnecourt 2de Breitenfeld · Rocroi · Tuttlingen · Freiburg Jüterbog · Jankau · Mergentheim · Allerheim Zusmarshausen · Praag
Gustaaf Adolf in de slag bij Lützen (1632) door Jan Asselijn

Beschrijving van de slag

Op 14 november 1632 (volgens de gregoriaanse kalender) besloot de keizerlijke generaal Wallenstein zijn troepen op te splitsen en zijn hoofdkwartier terug te trekken naar Leipzig. Hij verwachtte dat jaar geen initiatieven meer van het Zweedse leger, dat werd aangevoerd door koning Gustaaf Adolf. Ongebruikelijk koud winterweer bemoeilijkte bivak in het open veld. Gustaaf Adolf had echter andere plannen. Op de vroege ochtend van 15 november marcheerde zijn leger naar de laatst bekende positie van Wallenstein in een poging hem te verrassen. Maar bij het vallen van de nacht waren de twee legers nog steeds twee tot drie kilometer van elkaar verwijderd.

Wallenstein had op de middag van 15 november vernomen dat de Zweden in aantocht waren. Hij zag het gevaar en stuurde een bericht naar generaal Pappenheim om deze te bevelen zo snel mogelijk met zijn legerkorps terug te keren. Pappenheim ontving het bericht even na middernacht en ging meteen op weg om zich met het grootste gedeelte van zijn troepen weer bij Wallenstein te voegen. Gedurende de nacht stelde Wallenstein, die zich ervan bewust was dat zijn troepen veruit in de minderheid waren, zijn leger in een defensieve positie op, langs de belangrijkste weg tussen Lützen en Leipzig. Hij versterkte zijn positie tevens met loopgraven. Zijn rechterflank stond bij een lage heuvel, waarop hij zijn belangrijkste artilleriebatterij positioneerde.

De opmars van het Zweedse leger werd vertraagd door ochtendmist, maar om 9 uur kregen de twee legers elkaar in zicht. Vanwege het complexe netwerk van waterwegen duurde het tot 11 uur voordat de Protestantse strijdmacht stond opgesteld en klaar was om de aanval te openen.

In eerste instantie verliep de veldslag gunstig voor de Protestanten, die erin slaagden de zwakke linkervleugel van Wallenstein te omsingelen. Precies op het moment dat een ramp onafwendbaar leek, verscheen echter Pappenheim met 2000 tot 3000 cavaleristen en werden de Zweden teruggedrongen. Schiller laat daarop Wallenstein uitroepen: "Zo ken ik mijn Pappenheim!". Tijdens de charge werd Pappenheim echter fataal verwond door een klein kaliber Zweedse kanonskogel. Hij stierf, terwijl hij in een koets van het veld werd geëvacueerd.

Kort na de middag kwam Gustaaf Adolf zelf om het leven, eveneens tijdens een cavalerie-aanval. Door de dichte waas van kruitdamp en mist die over het slagveld hing, bleef zijn lot echter enige tijd verborgen. De infanterie van zijn leger bleef de orders opvolgen en probeerde een aanval op het stevig ingegraven keizerlijke centrum. De infanterie leed echter zware verliezen door artillerievuur en musketkogels, gevolgd door cavaleriecharges. Er begon zich paniek te verspreiden in de Protestantse slagorde, nog eens versterkt door geruchten over de dood van de koning. Als snel was het Zweedse leger begonnen aan een chaotische terugtocht. De derde in rang van het Zweedse leger, Dodo von Knyphausen, wist het hoofd echter koel te houden en de Protestantse troepen te hergroeperen. Tegen drie uur in de middag keerde de Protestantse onderaanvoerder Bernhard van Saksen-Weimar, inmiddels bekend met het lot van de Zweedse koning, terug naar de linkervleugel om het commando over het gehele leger over te nemen. In tegenstelling tot wat doorgaans wordt beweerd, hield hij kennelijk de dood van de koning nog geheim voor het leger. Hij zwoer wel de koning te wreken door de slag te winnen.

De laatste Zweedse aanval vond plaats om 4 uur 's middags. Het was een grimmig gevecht, met vreselijke verliezen aan beide zijden. Uiteindelijk wisten de Zweden in de avondschemering de belangrijkste keizerlijke artilleriebatterij in te nemen. De keizerlijke troepen trokken zich terug buiten het bereik van deze kanonnen en lieten daarmee het veld aan de Zweden. De gevreesde en gerespecteerde Finse Hakkapeliitta cavalerie - in dienst van Zweden-Finland - nam deel aan deze veldslag.

Tegen 6 uur 's avonds arriveerde de infanterie van Pappenheim, ongeveer 3000 tot 4000 man sterk, op het slagveld en wilde, ondanks het vallen van de nacht, nog een tegenaanval uitvoeren op de Zweden. Wallenstein was echter van mening dat de situatie niet meer te redden was en beval zijn leger zich naar Leipzig terug te trekken, gedekt door de nieuwe infanterie.

Strategisch gesproken was de slag bij Lützen een Protestantse overwinning. Wallenstein was gedwongen Saksen te verlaten, terwijl hij gehoopt had zijn leger op Saksische kosten te kunnen laten overwinteren. Hij trok zich terug naar Bohemen. In tegenstelling tot de legende, verloren de Zweden echter veel meer troepen dan het keizerlijke leger. Omdat ze gedwongen waren een versterkte positie aan te vallen, verloren de Zweden ongeveer 6000 manschappen inclusief zwaargewonden en deserteurs. Het keizerlijke leger verloor tussen de 3000 en 3500 man.

Nasleep

Het Protestantse leger wist het belangrijkste doel van de veldtocht te verwezenlijken, namelijk Saksen beschermen tegen de keizerlijke troepen. Een meer lange-termijn gevolg was echter de dood van de legendarische Zweedse koning Gustaaf Adolf. Zonder zijn aanwezigheid om de Duitse protestanten te verenigen, werden hun oorlogsinspanningen ongericht. De katholieke Habsburgers kregen de kans zich van hun verliezen te herstellen en zich te herpakken. De oorlog zou zich nog 16 jaar voortslepen tot aan de Vrede van Westfalen in 1648.

Data

In deze periode gebruikte het katholieke Heilige Roomse Rijk de gregoriaanse kalender, terwijl het protestantse Zweden nog volgens de juliaanse kalender leefde. Daarom vond de slag bij Lützen volgens de katholieken plaats op 16 november, maar volgens de Zweden op 6 november. In Zweden wordt de dood van Gustaaf II Adolf volgens de traditie herdacht op 6 november, ondanks dat het land in de 18e eeuw is overgegaan op de gregoriaanse kalender.

Massagraf

In de zomer van 2011 werd bij Lützen een massagraf gevonden met een oppervlakte van 42m2. Men vermoedt dat het gaat om ruim 75 slachtoffers[1] van de eerste Slag bij Lützen. Het zal enkele jaren duren voordat alles is opgegraven en onderzocht.

Literatuur

  • Richard Brzezinski: Lützen 1632, London, Osprey 2001. ISBN 1-85532-552-7
  • Dick Harrison: De Dertigjarige Oorlog, ISBN 978-9401911184

Zie ook

This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.