sportzaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·zaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportzaal sportzalen
verkleinwoord sportzaaltje sportzaaltjes

Zelfstandig naamwoord

sportzaal v / m [1]

  1. (sport) zaal die voor het beoefenen van sport wordt gebruikt

Gangbaarheid

  • Het woord sportzaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.