Elinor Ostrom

Elinor Ostrom (geboren als Elinor Claire Awan) (Los Angeles, 7 augustus 1933Bloomington (Indiana), 12 juni 2012) was een Amerikaans politieke wetenschapper en Nobelprijswinnaar. In 2009 kreeg ze als eerste vrouw de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie (samen met Oliver E. Williamson) voor de analyse van economisch bestuur, vooral voor gemeenschappelijke voorraden (de commons). Ze was hoogleraar aan de Universiteit van Indiana in Bloomington en oprichtster en directeur van het onderzoekscentrum voor institutionele diversiteit aan de Arizona State University. In januari 2018 is het nieuwe gebouw van de faculteit der Managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen naar haar vernoemd.

  Elinor Ostrom
1933-2012
GeboortelandVerenigde Staten
GeboorteplaatsLos Angeles
Plaats van overlijdenBloomington (Indiana)
Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie
In2009
Redenanalyse van economisch bestuur, vooral in het publieke veld
Samen metOliver E. Williamson
VoorgangersPaul Krugman
OpvolgersPeter A. Diamond, Dale Mortensen, Christopher Pissarides

Opleiding

Elinor Claire Awan groeide op in Los Angeles. Haar ouders, een protestantse muzikante en een joodse decorontwerper, hadden het niet breed en zijn vroeg gescheiden. Ze ging naar de Beverly Hills High School vlakbij haar huis. Net zoals haar klasgenoten wilde ze naar een college. In haar familie was dit een buitengewone keuze, maar ze kon deze opleiding bekostigen door zwemles te geven. In 1954 behaalde ze haar Bachelor of Arts in politieke wetenschappen na slechts drie jaar aan de UCLA, door regelmatig cursussen in de zomer te boeken. Ze kon geen PhD in economie volgen omdat ze op High school geen meetkunde had gekregen. Daarom werd ze eerst Master of Arts (1962) en daarna PhD (1965) in politieke wetenschappen. In 1963 trouwde ze met Vincent Ostrom.

Elinor Ostrom werkte mee aan onderzoek over de politieke en economische omgang met grondwater in Californië, met name de West Basin. Hierbij viel haar op dat gedeelde hulpbronnen voor een groep mensen zeer lastig te beheren zijn. Haar man en andere onderzoekers stelden in "The organization of government in metropolitan areas" (1961) dat polycentrisme in tegenstelling tot centralisatie een veelbelovende strategie was. Omdat dit de standpunten van hun werkgevers tegensprak, verlieten de Ostroms de UCLA en verhuisden naar Bloomington (Indiana), waar beiden aan de Indiana University gingen werken. Elinor Ostrom bleef haar hele leven onderzoeker en werkte zelfs op de dag voor haar dood (ze leed sinds oktober 2011 aan alvleesklierkanker) nog met andere onderzoekers aan wetenschappelijke publicaties.

Commons

Elinor Ostrom is bekend voor haar werk op het gebied van commons: terwijl economen er lang van uit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen automatisch tot overmatig gebruik en uitputting hiervan moest lijden (de tragedie van de meent), bewees Elinor Ostrom het tegendeel door onderzoek naar kleine groepen te doen die dit probleem onderling opgelost hadden. De volgende stelling is daarom bekend als de wet van Ostrom: een ordening van hulpbronnen die in de praktijk werkt, kan ook in theorie werken.

Volgens Ostrom zijn er 8 "design principes" voor stabiel beheer van gedeelde hulpbronnen:

  1. Duidelijke definities (wat de commons zijn en wie de bezitters zijn)
  2. Aanpassing aan lokale gesteldheden
  3. Gemeenschappelijke besluitvorming door de bezitters
  4. Toezicht door of in opdracht van de bezitters
  5. Strafmaatregels bij misbruik
  6. Goedkope en laagdrempelige arbitrage bij geschillen
  7. Zelfbeheer van de gemeenschap en herkenning door hogere autoriteiten
  8. Voor grootschalige commons bronnen een gelaagd systeem met lokale groepen

Het onderzoek naar commons maakt deel uit van het raamwerk van sociaal-ecologische systemen, een actief gebied van onderzoek waar zelfbeheer en commons een belangrijk deel van uitmaken.


Zie de categorie Elinor Ostrom van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.