Dokka Oemarov

Dokka (Dokoe) Chamatovitsj Oemarov (Tsjetsjeens: Умаран Хамади кант Докка; Oemaran Chamadi kant Dokka, Russisch: Доку Хаматович Умаров; Dokoe Chamatovitsj Oemarov) (Charsenoi, 13 april 1964 - 18 maart 2014) was de vijfde president van de Tsjetsjeense republiek Itsjkerië en noemt zich sinds 2007 'emir' van het Kaukasus Emiraat van de Tsjetsjeense onafhankelijkheidsbeweging.

Hij was een van de twee Tsjetsjeense veldcommandanten die zowel in de Eerste als de Tweede Tsjetsjeense Oorlog vocht. Toen Aslan Maschadov werd verkozen tot president van Itsjkerië in januari 1997, benoemde Maschadov hem tot hoofd van de Tsjetsjeense veiligheidsraad en was hij minister van veiligheid. Hierbij kwam hij in juli 1998 tussenbeide in een gewapend conflict tussen de gematigden en de wahabisten onder Maschadovs troepen, waarna hij uit de eerdergenoemde functies werd ontslagen. Tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog stond hij aan het hoofd van het zuidwestelijk front, de regio die grenst aan Georgië en Ingoesjetië. Hij werd door de Russische regering aangemerkt als een terrorist, maar hij Oemarov heeft zichzelf gedistantieerd van de acties van Sjamil Basajev. Door gijzelaars is hij echter in het Russische nieuwsblad Izvestia aangemerkt als een van de leiders van de gijzeling in Beslan in 2004. Gijzelaars gaven aan dat hij de enige was die geen masker droeg. Hij heeft een slechte reputatie als uitvoerder van de meest beruchte aanvallen van Basajev. Hij wordt ook verdacht van het leiden van de aanvallen op Ingoesjetië in juni 2004, waarbij meer dan 90 mensen om het leven kwamen.[1] Op 5 mei 2005 werden volgens de Tsjetsjeense opstandelingenwebsite kavkazcenter zijn vader, vrouw en eenjarige zoon gearresteerd door de FSB, nadat eerder dat jaar al zijn broers en leden van hun families waren opgepakt.[2] In augustus 2005 werd ook zijn zus opgepakt volgens kavkazcenter.[3]

Op 16 juni 2005 werd hij benoemd tot vicepremier van de Tsjetsjeense republiek Itsjkerië. Hij stapte rond die tijd op een landmijn, waarop vicepremier Ramzan Kadyrov van de Russisch-Tsjetsjeense regering een grootschalige klopjacht op hem opende in de veronderstelling dat hij een been had verloren en daardoor snel te pakken moest zijn. Bij een interview door Radio Free Europe/Radio Liberty iets later bleek echter dat hij beide benen nog had.[4]

In mei 2006 werd zijn schuilplaats ontdekt in het dorpje Assinovskaja, maar hij was al gevlucht voordat het leger arriveerde.[5] Op 16 juni 2006 werd hij de nieuwe rebellenpresident. Hij verving Abdoel-Chalim Sadoelajev, die werd gedood op die dag door veiligheidstroepen van de Pro-Russische Tsjetsjeense premier Ramzan Kadyrov. Op 3 maart 2007 benoemde hij Soepjan Abdoellajev tot vicepresident van Itsjkerië.[6] In juni 2009 claimde een anonieme functionaris van Kadyrovs bewind dat hij was gedood door Russische troepen. Dit bleek echter niet waar en een maand later gaf Oemarov een interview aan Prague Watchdog waarin hij volhield dat hij sinds 1995 niet meer gewond is geraakt.

Aanslagen op Moskouse metro en luchthaven

Op woensdag 31 maart 2010 werden de terroristische aanslagen in Moskou door Oemarov opgeëist.[7] Op 8 februari 2011 werd de verantwoordelijkheid voor de bomaanslag op de luchthaven Domodedovo ook door hem opgeëist.[8]

Overleden

  • Een Tsjetsjeense website maakte bekend dat hij omgekomen is. Dit is al meerdere malen gezegd, maar nog nooit door aanhangers van Oemarov zelf. In maart 2014 wel, maar een officieel bericht blijft vooralsnog achterwege.[9]
  • Oemarov werd opgevolgd door Ali Abu Mukhammad.

Noten

Voorganger:
Abdoel-Chalim Sadoelajev
President van Itsjkerië
16 juni 2006 - 18 maart 2014
Opvolger:
Ali Abu Mukhammad
This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.