pistool

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pis·tool
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vuistvuurwapen’ voor het eerst aangetroffen in 1623 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord pistool pistolen
verkleinwoord pistooltje pistooltjes

Zelfstandig naamwoord

pistool o

  1. een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
    • Het pistool werd later in een tuin teruggevonden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
  • pistolengoud, pistoolgarnaal, pistoolgreep, pistoolheft, pistoolmitrailleur, pistoolschieten, pistoolschilder
Vertalingen

Gangbaarheid

  • Het woord pistool staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.