oefent uit

Nederlands

Uitspraak
  • Geluid:  oefent uit    (hulp, bestand)
  • IPA: /ˈufənt ˈœyt/
Woordafbreking
  • oe·fent uit
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitoefenen

oefent (…) uit

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitoefenen
    • Jij oefent uit. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitoefenen
    • Hij oefent uit. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van uitoefenen
    • Oefent uit! 

Gangbaarheid

  • Het woord oefent uit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.