econome

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eco·no·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord econome economes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

econome v

  1. (beroep) vrouw die de economie beoefent
    • Annegreet van Bergen is een bekende econome. 

Gangbaarheid

  • Het woord econome staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
82 %van de Nederlanders;
80 %van de Vlamingen.

Meer informatie

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.