Italo Calvino

Italo Calvino (Santiago de las Vegas, Cuba, 15 oktober 1923 - Siena, 19 september 1985) was een Italiaans schrijver van romans, verhalen, essays en een toneelstuk.

Italo Calvino
Italo Calvino
Algemene informatie
Geboren15 oktober 1923
GeboorteplaatsSantiago de las Vegas, Cuba
Overleden19 september 1985
OverlijdensplaatsSiena
Land Italië
BeroepSchrijver
Werk
Jaren actief19471983
Dbnl-profiel
Portaal    Literatuur

Levensloop

Op 15 oktober 1923 wordt Italo Calvino geboren op Cuba, waar de familie vanwege zijn vaders werk voor een korte periode naartoe was verhuisd. In 1925 keren ze terug naar San Remo in Italië. Dit was de geboorteplaats van zijn vader, een landbouwkundig ingenieur. Zijn moeder was biologe en afkomstig van Sardinië. Na zijn gymnasiumopleiding gaat Italo landbouwkunde studeren aan de universiteit van Turijn, maar geeft in 1943 zijn studie op om zich bij de communistische Brigate Garibaldi van de partizanen aan te sluiten in de Alpi Marittime. In 1945 gaat hij terug naar zijn universiteit, maar dan als student aan de Letterenfaculteit. In 1947 studeert hij af met een scriptie over Joseph Conrad.

Na de bevrijding wordt hij actief lid van de Italiaanse Communistische Partij (PCI) en werkt hij mee aan communistische dagbladen en tijdschriften. In Turijn komt hij al snel in contact met de intellectuelen die verbonden zijn aan de uitgeverij Einaudi, zoals Cesare Pavese en Elio Vittorini en wordt hij medewerker van het tijdschrift Il Politecnico. In 1947 publiceert Einaudi de korte roman Il sentiero dei nidi di ragno (vertaald als Het pad van de spinnenesten), waarmee Calvino zich vestigt als veelbelovend schrijver van het nieuwe neorealisme. In 1950 begint hij te werken op de redactie van uitgeverij Einaudi, wordt er directeur in 1955 en blijft dat tot 1961. Na onenigheid over de politieke koers zegt hij in 1957 zijn lidmaatschap van de PCI op. In 1959 lanceert hij samen met Elio Vittorini het tijdschrift Il Menabò. Gedurende deze periode publiceert hij een verhalenbundel Racconti (1958) bundelt hij in I nostri antenati (1960, Onze voorouders) drie eerder verschenen romans (Il visconte dimezzato (1952, De gespleten burggraaf), Il barone rampante (1957, De baron in de bomen) en Il cavaliere inesistente (1959, De ridder die niet bestond)).

In 1960 verblijft hij zes maanden in de Verenigde Staten en daarna woont hij een tijd in Rome terwijl hij uit een groeiende interesse voor de Franse cultuur lange periodes in Parijs doorbrengt. Hij stelde belang in de ontwikkelingen van begin jaren zestig, zowel aan het nieuw-linkse front als aan het front van de neo-avant-garde (Gruppo ’63) maar hield er afstand van. In La giornata di uno scrutatore (1963, Een dag op het stembureau) geeft hij zijn visie op de crisis van links.

In 1964 trouwt hij met de Argentijnse vertaalster Esther Judith Singer en gaat met haar in Parijs wonen. Hij blijft werken voor Einaudi, vertoeft in experimentele literaire kringen en legt contact met de Oulipo-groep (Ouvroir de Littérature Potentielle). In 1965 komt zijn boek Le cosmicomiche (Kosmikomische verhalen) uit en in 1967 Ti con zero. Hij volgt de eerste uitingen van de studentenopstand in Italië en in Frankrijk aandachtig. Hij deelt de kritische en anti-autoritaire houding van de studenten, maar dit komt niet tot uiting in zijn werk uit deze periode: Le città invisibili (1972, De onzichtbare steden) en Il castello dei destini incrociati (1973, Het kasteel van de kruisende levenspaden).

Zijn internationale faam breidt zich snel uit door vertalingen van zijn werken. Hij publiceert in dagbladen zoals Il Giorno, de Corriere della Sera en vanaf 1979 in La Repubblica. Hoewel hij in de gebeurtenissen van de jaren zeventig een algemeen verval in de burgerlijke samenleving bespeurt, straalt Se una notte d’inverno un viaggiatore (1979, Als op een winternacht een reiziger) levensvreugde uit.

In 1980 verhuist hij met zijn gezin naar Rome. De roman Palomar (1983, vertaald als Palomar) schetst een bittere en gedesillusioneerde toekomst. Calvino beschouwt de Italiaanse intellectuelen en de chaotische situatie van zijn land met een groeiend gevoel van vervreemding. In de zomer van 1985 bereidt hij de lezingen voor, die hij aan Harvard-universiteit zal houden, waar hij als Norton Lecturer gevraagd is voor het jaar 1985-86, maar hij krijgt een hersenbloeding en sterft op 19 september 1985 in Siena.

Werk

Het overheersende thema in het oeuvre van Calvino is een spel met de literatuur, waarmee hij tevens de onzekerheid van het leven wil weergeven.

In zijn eerste periode behoort hij tot de neorealistische literaire stroming. Zijn korte roman Il sentiero dei nidi di ragno (1947, Het pad van de spinnenesten) behoort tot de beste verzetsliteratuur waarin Calvino het verzet op een objectieve en kritische wijze beschrijft. In de verhalenbundel Ultimo viene il corvo (1949, En dan komt de raaf) wordt het verzetsthema in een sprookjesachtige sfeer getrokken. Zijn vlucht in het sprookjesachtige en het fantastische om de harde geschiedenis en de sociale problemen te verwoorden komt voort uit onvrede met de conventionele verhaalstructuur. In zijn experiment gebruikt hij sociaal-realistische en op het sprookje gebaseerde verhaalstructuren.

Het resultaat van zijn belangstelling voor structuren naar voorbeeld van oude sprookjes is de trilogie I nostri antenati (1960, Onze voorouders): Il visconte dimezzato (1952, De gespleten burggraaf), Il barone rampante (1957, De baron in de bomen) en Il cavaliere inesistente (1959, De ridder die niet bestond), waarmee Calvino het neorealisme achter zich laat. In deze drie romans treden zijn hoofdpersonen buiten de realiteit.

In zijn roman Marcovaldo ovvero Le stagioni in città (1963, Marcovaldo, of De seizoenen in de stad) worden de negatieve effecten van de technologische vooruitgang op de mens gesymboliseerd, zoals het verlies van de individualiteit en de verwording van de mens tot robot. De romans Le cosmicomiche (1965, Kosmikomische verhalen) en Ti con zero (1967) zijn een intellectualistisch spel, gebaseerd op sciencefiction en de exacte wetenschappen, waarin de angst voor de leegte en het kosmisch pessimisme overheersen.

In Il castello dei destini incrociati (1973, Het kasteel van de kruisende levenspaden) bepaalt een kaartspel de structuur, waardoor een soort metaverhaal ontstaat over hoe een verhaal tot stand komt. In zijn roman Le città invisibili (1972, De onzichtbare steden) zet Calvino de twee hoofdpersonen scherp tegenover elkaar waardoor er een spanning blijft tussen utopie en werkelijkheid. In Se una notte d’inverno un viaggiatore (1979, Als op een winternacht een reiziger) speelt de schrijver een spel met de lezer door voortdurend een nieuw verhaal te beginnen zonder het voorgaande af te maken.

Romans, sprookjes, verhalen en een toneelstuk

  • 1947 - Il sentiero dei nidi di ragno
  • 1948 - I figli poltroni
  • 1949 - Ultimo viene il corvo
  • 1951 - I giovani del Po
  • 1951 - Taccuini di viaggio in URSS di Italo Calvino
  • 1952 - Il visconte dimezzato
  • 1954 - L'entrata in guerra, Torino, Einaudi
  • 1956 - Fiabe italiane, raccolte dalla tradizione popolare durante gli ultimi cento anni e trascritte in lingua dai vari dialetti..., Torino, Einaudi
  • 1956 - La panchina. Opera in un atto, Torino, Toso. Su musica di Sergio Liberovici.
  • 1956 - Fiabe Italiane
  • 1957 - La gran bonaccia delle Antille
  • 1957 - Il barone rampante
  • 1958 - Racconti
  • 1959 - Il cavaliere inesistente
  • 1960 - I nostri antenati (trilogie van Il visconte dimezzato, Il barone rampante en Il cavaliere inesistente)
  • 1963 - La giornata di uno scrutatore, Torino, Einaudi.
  • 1963 - La speculazione edilizia, Torino, Einaudi.
  • 1963 - Marcovaldo ovvero Le stagioni in città
  • 1965 - Le cosmicomiche
  • 1965 - La nuvola di smog e La formica argentina, Torino, Einaudi.
  • 1967 - Appunti sulla narrativa come processo combinatorio
  • 1967 - Ti con zero
  • 1968 - La memoria del mondo e altre storie cosmicomiche, Milano, Club degli Editori.
  • 1969 - Tarocchi. Il mazzo visconteo di Bergamo e New York, Parma, Ricci.
  • 1970 - Gli amori difficili, Torino, Einaudi.
  • 1970 - Orlando furioso di Ludovico Ariosto raccontato da Italo Calvino con una scelta del poema, Torino, Einaudi.
  • 1972 - Le città invisibili
  • 1973 - Il castello dei destini incrociati
  • 1974 - Autobiografia di uno spettatore, in Federico Fellini, Quattro film. I vitelloni, La dolce vita, 8 1/2, Giulietta degli spiriti, Torino, Einaudi.
  • 1982 - La vera storia, due atti, Milano, Edizioni del Teatro alla Scala. Su musica di Luciano Berio.
  • 1979 - Se una notte d’inverno un viaggiatore
  • 1983 - Palomar
  • 1984 - Cosmicomiche vecchie e nuove, Milano, Garzanti.

Essays

  • 1973 - La tradizione popolare nelle fiabe, in Storia d'Italia, vol. 5 - tomo 2: I documenti
  • 1980 - Una pietra sopra. Discorsi di letteratura e società
  • 1984 - Collezione di sabbia

Postuum

  • 1986 - Sotto il sole giaguaro
  • 1988 - Lezioni americane. Sei proposte per il prossimo millennio
  • 1988 - Sulla fiaba
  • 1990 - La strada di san Giovanni
  • 1991 - Perché leggere i classici
  • 1993 - Prima che tu dica "pronto"
  • 1994 - Eremita a Parigi
  • 2002 - Mondo scritto e mondo non scritto
  • 2003 - Il libro dei risvolti

In Nederlandse vertaling

  • 1962 - De gespleten burggraaf
  • 1969 - Italiaanse sprookjes / Italiaanse volkssprookjes
  • 1981 - De onzichtbare steden
  • 1982 - Als op een winternacht een reiziger
  • 1982 - Het kasteel van de kruisende levenspaden
  • 1985 - Palomar
  • 1986 - De baron in de bomen
  • 1987 - Onder de jaguarzon
  • 1989 - De moeilijke liefdes
  • 1991 - Zes memo's voor het volgende millennium
  • 1992 - De weg naar San Giovanni
  • 1992 - Marcovaldo, of De seizoenen in de stad
  • 1993 - Het pad van de spinnenesten
  • 1994 - Een dag op het stembureau
  • 1995 - Onze voorouders (De gespleten burggraaf; De baron in de bomen; De ridder die niet bestond)
  • 1995 - Goed verteld
  • 1999 - En dan komt de raaf
  • 2003 - Waarom zou je de klassieken lezen
  • 2010 - Kosmikomische verhalen

Bronnen

  • (nl) Brouwer, Olga Maria, Italiaanse Letterkunde. Utrecht: Het Spectrum, 1983.
  • (it) Ferroni, Giulio, Profilo storico della letteratura italiana. Volume II. Milano: Einaudi scuola, 1992.
This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.