Marktcafé-arrest

Het Marktcafé is een arrest van de Nederlandse Hoge Raad (HR 10 oktober 1932, NJ 1933, p. 5) dat betrekking heeft op "dwaling" over een toekomstverwachting bij het tot stand komen van een (huur)overeenkomst. Het arrest bepaalde dat dwaling over een toekomstverwachting voor rekening van de dwalende moet blijven en geen grond is voor vernietiging van een overeenkomst. De jurisprudentie waartoe dit arrest aanleiding gaf is thans gepositiveerd in artikel 6:228 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Marktcafé-arrest
Datum10 juni 1932
InstantieHoge Raad der Nederlanden
RechtersA. Fentener van Vlissingen, L.E. Visser, N.C.M.A. van den Dries, J. van Gelein Vitringa, F. Kranenburg
Adv.-gen.A. Tak
Soort zaak  civiel
Procedurecassatie
Wetgevingart. 1358 BW (oud)
Nieuw BW6:228 lid 2 BW
Onderwerp  dwaling over toekomstverwachting
Vindplaats  NJ 1933, p. 5, m.nt. E.M. Meijers

Casus

Een man huurt een café met woning gelegen in een vrijwel onbebouwde buurt. Partijen hebben zich voorgesteld en zijn ervan uitgegaan dat, overeenkomstig een bij raadsbesluit goedgekeurd plan van de gemeente Utrecht dat de groentenmarkt van die gemeente in het begin van 1929 zou worden gevestigd op de in dat plan aangegeven plaats, hetgeen zou meebrengen, dat het grote verkeer van en naar die markt langs zijn café zou worden geleid. Later wordt echter een andere plaats voor de groentenmarkt aangewezen, met het gevolg, dat de bezoekers daarvan het café niet passeren. Daardoor wordt de locatie van het café erg ongunstig. De huurder vordert vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling.

Hoge Raad

De Hoge Raad achtte de klacht ongegrond omdat de omstandigheden betrekking hebben op zuivere toekomstverwachtingen.

This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.