Gewone wormslang

De gewone wormslang[1] (Indotyphlops braminus) is een kleine slang uit de familie wormslangen (Typhlopidae).[2]

Gewone wormslang
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Typhlopoidea
Familie:Typhlopidae (Wormslangen)
Geslacht:Indotyphlops
Soort
Indotyphlops braminus
Daudin, 1803
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Gewone wormslang op Wikispecies
Portaal    Biologie
Herpetologie

Naamgeving

De soort wordt ook wel blindslang, bloempotslang of gewone blindslang genoemd. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door François Marie Daudin in 1803. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Eryx braminus gebruikt, het geslacht Eryx wordt tegenwoordig echter tot de familie reuzenslangen (Boidae) gerekend. Later werd de soort aan de geslachten Ophthalmidium, Typhlops en Typhlina toegekend. De gewone wormslang werd tot 2014 tot het geslacht Ramphotyphlops gerekend en onder de wetenschappelijke naam Ramphotyphlops braminus is de wormslang in veel literatuur bekend.

Uiterlijke kenmerken

De gewone wormslang behoort tot de slangen, maar deze soort ziet er meer uit als een lange dunne worm, met name jonge exemplaren die nog bruin tot roze van kleur zijn. De totale lichaamslengte is ongeveer 15 tot 20 centimeter, het lichaam is erg dun en de schubben zijn klein en glad en liggen in banden om het lichaam waardoor het segmenten lijken. Oudere dieren kleuren donkerbruin tot zwart. De kop en staart zijn nauwelijks uit elkaar te houden. De ogen en ooropeningen zijn rudimentair.

Verspreiding en habitat

Oorspronkelijk kwam de soort alleen voor in Azië, tegenwoordig ook in Nieuw-Guinea, Japan, de Verenigde Staten, Afrika, Madagaskar, Mexico en Australië. Qua oppervlakte is het een van de meest wijdverspreide slangen ter wereld, op de zeeslangen na. De oorzaak ligt in het feit dat deze slang ook in plantenkwekerijen algemeen voorkomt, en per ongeluk in potplanten over de gehele wereld is verscheept. De Engelse naam van deze dieren is daarom ook wel Flower pot snake; bloempotslang.

Alleen als het regent komt hij bovengronds om niet te verdrinken, maar leidt verder een verborgen bestaan. De blindslang prefereert losse, liefst zanderige gronden waar hij makkelijk kan graven, en schuwt de mens niet. Zo komt deze soort ook voor in streken die door de mens zijn aangepast, zoals houtwallen en agrarische gebieden; als er maar mieren of termieten zijn om te eten en het niet te droog wordt.

Leefwijze

Het voedsel bestaat voornamelijk uit mieren en termieten en ook de poppen daarvan worden gegeten, soms ook wel andere insecten en wormen. Hierdoor is dit dier niet lang in gevangenschap te houden, waardoor er nog niet veel bekend is over deze soort, ondanks het verspreidingsgebied. Ook leeft de blindslang ondergronds, en graaft ondiepe tunnels om beter bij de nesten te komen. Bij gevaar scheiden ze een onwelriekende vloeistof uit.

Voortplanting

Blindslangen kennen een bijzondere vorm van voortplanting omdat ze parthenogeen zijn; er bestaan geen mannetjes binnen deze soort. Uit ieder ei komt een vrouwtje en ze hebben dus geen paring nodig wat ze een voorsprong geeft op andere soorten. Waarschijnlijk worden tussen de vrouwtjes onderling wel hormonen uitgewisseld om de aanmaak van eicellen te stimuleren.

Bronvermelding

This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.