excuseer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cu·seer

Werkwoord

vervoeging van
excuseren

excuseer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van excuseren
    • Ik excuseer. 
  2. gebiedende wijs van excuseren
    • Excuseer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van excuseren
    • Excuseer je? 

Gangbaarheid

  • Het woord excuseer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.