herformuleren

Dutch

Etymology

her- + formuleren

Pronunciation

  • (file)
  • Hyphenation: her‧for‧mu‧le‧ren

Verb

herformuleren

  1. to reformulate

Inflection

Inflection of herformuleren (weak, prefixed)
infinitive herformuleren
past singular herformuleerde
past participle herformuleerd
infinitive herformuleren
gerund herformuleren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular herformuleerherformuleerde
2nd person sing. (jij) herformuleertherformuleerde
2nd person sing. (u) herformuleertherformuleerde
2nd person sing. (gij) herformuleertherformuleerde
3rd person singular herformuleertherformuleerde
plural herformulerenherformuleerden
subjunctive sing.1 herformulereherformuleerde
subjunctive plur.1 herformulerenherformuleerden
imperative sing. herformuleer
imperative plur.1 herformuleert
participles herformulerendherformuleerd
1) Archaic.
  • herformulering
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.