gewijd

Dutch

Pronunciation

  • (file)

Adjective

gewijd (not comparable)

  1. dedicated
    De derde maandag in januari is in de VS de Martin Luther Kingdag, een nationale feestdag, gewijd aan King en zijn gedachtegoed. The third Monday in January is, in the US, the Martin Luther King Day, a national holiday, dedicated to King and his body of thought.
  2. sacred

Usage notes

You must use "gewijd" in combination with aan.

Deze tempel is aan Zeus gewijd. - This temple is dedicated to Zeus.

Inflection

Inflection of gewijd
uninflected gewijd
inflected gewijde
comparative
positive
predicative/adverbial gewijd
indefinite m./f. sing. gewijde
n. sing. gewijd
plural gewijde
definite gewijde
partitive gewijds

Participle

gewijd

  1. past participle of wijden

Inflection

This participle needs an inflection-table template.

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.