André Hunebelle

André Hunebelle (Meudon, 1 september 1896Nice, 27 november 1985) was een Frans glazenier en filmregisseur.

André Hunebelle
GeborenMeudon, 1 september 1896
OverledenNice, 27 november 1985
Geboorteland Frankrijk
Jaren actief1925 - 1978
BeroepFilmregisseur en glazenier
(en) IMDb-profiel
Moviemeter-profiel
Portaal    Film

Hunebelle behoort tot de absolute commerciële top van de Franse cineasten, samen met Jean Girault, Gérard Oury, Francis Veber, Henri Verneuil, Claude Zidi, Luc Besson en Dany Boon.

Leven en werk

Afkomst

André Hunebelle was van vaderskant afkomstig uit een familie van leerlooiers die heel invloedrijk werd in de tweede helft van de 19e eeuw. Toen werd ze actief en succesrijk in de spoorwegbouw, in de zakenwereld en in de politiek.

Glasschilder

Hunebelle werd wetenschappelijk gevormd aan de École Polytechnique waar hij studeerde, net zoals zijn vader. Daarna sloeg hij een andere weg in: hij werd decorateur, ontwerper en vooral een gereputeerd glazenier. Sinds het midden van de jaren twintig stelde hij zijn glaswerk tentoon in zijn luxueuze winkel op de Champs-Élysées. Hij bleef de glasschilderkunst beoefenen tot zijn vijfenveertig jaar. Zijn werk is te bezichtigen in diverse musea.

Nieuwe roeping

Na de Tweede Wereldoorlog ontdekte Hunebelle een nieuwe roeping: de filmwereld. In 1948 debuteerde hij op 52-jarige leeftijd als regisseur met de komedie Métier de fous waarvoor zijn zoon Jean-Marie, onder de naam Jean Halain, het scenario schreef. Halain tekende voor het merendeel van de filmscenario's van zijn vader. Voor de spionagefilm Mission à Tanger (1949) deed Hunebelle dan weer een beroep op de jonge Michel Audiard die zijn allereerste opdracht kreeg. Hij lanceerde zo diens carrière van scenario- en dialoogschrijver. Méfiez-vous des blondes (1950) en Massacre en dentelles (1952) waarvoor Audiard ook het verhaal schreef, vormen samen met Mission à Tanger een burleske spionagetrilogie waarin de Belgische acteur en filmregisseur Raymond Rouleau telkens de spitante journalist-detective speelde.

Jaren vijftig

In de jaren vijftig verwezenlijkte hij een tiental komedies met veelzeggende titels als Ma femme est formidable (1951), Mon mari est merveilleux (1953), Les femmes sont marrantes (1957)... Hunebelle was een van de eerste cineasten die het talent van Louis de Funès ontdekte. Hij schonk hem enkele bijrollen in zijn komische films. In 1958 gaf hij de Funès een van zijn eerste hoofdrollen in de succesvolle komedie Taxi, roulotte et corrida.

Hunebelle onderbrak zijn reeks komedies enkel voor twee mantel- en degenfilms met Bourvil: in Les Trois Mousquetaires (1953) was Bourvil de knecht van d'Artagnan en in Cadet Rousselle (1954) speelde hij de kameraad van de titelfiguur, een historisch personage uit de Franse Revolutie. Het waren Hunebelle's meest succesvolle films van die periode. Vijf jaar later vroeg Hunebelle Bourvil nog twee keer voor een gelijkaardige ondersteunende rol in Le Bossu (1959) en in Le Capitan (1960).

Jaren zestig

Hunebelle blies zo de carrière van Marais nieuw leven in en hij begon een hechte tandem met hem te vormen. Hun samenwerking resulteerde in nog vijf van Hunebelle's succesrijkste films: de historische avonturenfilms Le Miracle des loups (1961) en Les Mystères de Paris (1962). Daarna draaide hij drie politiekomedies rond Fantômas, de erg slimme en wreedaardige gemaskerde misdadiger. Samen vormen die films de Fantômastrilogie (1964-1967) waarin Hunebelle Marais samenbracht met Louis De Funès, zijn andere fetish acteur.

Zijn spionagefilm OSS 117 se déchaîne (1963) was bedoeld als antwoord op de eerste James Bondfilms. In tegenstelling tot de nog steeds niet afgesloten reeks Bond-films kende OSS 117 se déchaîne 'slechts' drie sequels.

Jaren zeventig

Toen Hunebelle in de jaren zeventig voor de televisie ging werken deed hij nog een laatste keer een beroep op Marais voor Joseph Balsamo (1973), een zevendelige historische televisieserie naar de gelijknamige roman van Alexandre Dumas père over het avontuurlijk leven van Alessandro Cagliostro. In navolging van Claude Zidi deed hij in 1974 een beroep op de in de jaren zeventig immens populaire Les Charlots om twee succesrijke historische komedies rond de drie musketiers te draaien. Vier jaar later realiseerde hij op 82-jarige leeftijd zijn laatste film, de komedie Ça fait tilt, een remake van zijn allereerste film Métier de fous (1948).

Privéleven

Naast een zoon scenarist heeft Hunebelle ook een dochter, Anne-Marie, die gehuwd is met filmmuziekcomponist Jean Marion, die de muziek schreef voor heel wat films van zijn schoonvader.

Hunebelle overleed in 1985 op 89-jarige leeftijd.

Filmografie

Regisseur

Scenarioschrijver

  • 1958: Taxi, roulotte et corrida
  • 1960: Le Bossu
  • 1960: Le Capitan
  • 1963: OSS 117 se déchaîne
  • 1964: Banco à Bangkok pour OSS 117
  • 1965: Furia à Bahia pour OSS 117

Producer

Bezoekersaantallen

Met 84.292.640 verkochte plaatsen neemt Hunebelle de eerste plaats in onder de Franse cineasten. Zijn belangrijkste kaskrakers, Le Bossu (1959), Les Trois Mousquetaires (1953) en Le Capitan (1960), lokten alle drie meer dan vijf miljoen toeschouwers.

Bibliografie

  • Louis Benazet: André Hunebelle, maître verrier, période 1927-1931, met foto's van Michel Gratacap, onder leiding van Geneviève Fontan, Éditions Arfon, 2006.
This article is issued from Wikipedia. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.